Wmo-communicatie: verslag Praktijksessie

    Show all

    Wmo-communicatie: verslag Praktijksessie

    wmo

    Op deze pagina lees je eerst de impressie van de Praktijksessie Do’s & Don’ts Wmo-communicatie van november 2016. Daarna vind je de belangrijkste conclusies van de Praktijksessie van 26 oktober (Wijkgericht werken de interne organisatie en 1 juni (Do’s & Don’ts wijkgericht werken).


    Verslag Praktijksessie Do’s & Don’ts Wmo-communicatie, november 2016

    De belangrijkste Do’s & Don’ts voor Wmo-communicatie op een rijtje:

    Do’s
    • Zorg voor 1 heldere boodschap –> te vaak is de boodschap te genuanceerd.
    • Vraag je af wat de burger werkelijk moet weten en wat je wilt vertellen.
    • Zorg ervoor dat alle in- en externe stakeholders dezelfde boodschap vertellen.
    • Ben creatief in je middelen –> met een Wmo-krant bereik je veel mensen niet.
    • Denk bijvoorbeeld aan het Veilinghuis, een film of buurtcafé.
    • Kies thema’s die werkelijk aansluiten bij mensen.
    • Bepaal vooraf welke bekendheid de Wmo eigenlijk moet hebben.
    Don’ts
    • Besteed niet je hele Wmo-communicatie-budget aan de doelgroep die je toch wel bereik.
    • Bezuinig niet op het faciliteren van sociale (groeps-)contacten.
    • Ga met burgers niet ‘vergaderen’ in een ‘vergaderzaaltje’ –> veel burgers hebben daar geen zin in.
    • Denk niet dat harde en zachte sectoren afzonderlijk kunnen communiceren met inwoners.
    • Wees geen doemdenker –> er wordt al best veel ‘ge-cilvil-societyt’

    De communicatie rondom de Wmo blijkt een prangend onderwerp te zijn en te blijven. Een onderwerp waar we met zijn allen mee worstelen. Kant-en-klare oplossingen zijn er niet. Iedere gemeente moet dan ook zijn eigen visie en werkwijze vinden.

    Niettemin blijken de do’s & don’ts ook heel herkenbaar. Misschien is de belangrijkste conclusie van de middag wel de gedachte dat de primaire boodschap van de Wmo door alle stakeholders op dezelfde wijze uitgedragen moet worden. “Onze wethouder verwoordt het altijd erg goed, maar wat zeggen de andere 19 betrokken partijen”, aldus een van de deelnemers.

    Drie uur is natuurlijk te kort om alle vragen te beantwoorden. Maar hopelijk zijn er hebben contacten opgedaan om in klein comité door te praten.

    Hebben jullie nog vragen of een introductie nodig bij een van je collega’s of wil je eens met ons van gedachten wisselen over de Wmo in jouw gemeente? Aarzel dan niet en bel of mail ons gerust. Hartelijk bedankt voor je komst en je actieve bijdrage. We zijn van plan om een vervolg te organiseren. Suggesties hiervoor zijn van harte welkom. Hopelijk tot een volgende keer.


    Dit waren de conclusies van de Praktijksessie WGW over de interne organisatie, oktober 2016

    Op 26 oktober kwamen 25 personen van 17 gemeenten bijeen om van van elkaar te horen hoe de bewustwording over het belang van WGW/burgerparticipatie in de interne organsiatie verhoogd kan worden. Gezamenlijk hebben we een aantal tips geformuleerd:

    De top-9 tips om bewustzijn over belang WGW te verhogen (willekeurige volgorde)

    Down-up
    • Vier successen.
    • Geef Voorlichting & training.
    • Betrek beleidsmedewerkers bij wijk >
    • Alle medewerkers adopteren een wijk en zij bespreken eens per zes maanden de wijk met elkaar.
    • Laat een wijkregisseur adviseren bij grote en kleinere projecten.
    • Ga op zoek naar best practices > ook bij collega-gemeenten en andere organisaties.
    Top-down
    • Maak een participatieverordening > zorg dat die niet in de la verdwijnt.
    • Zorg ervoor dat ieder beleidsplan een participatieparagraaf of zelfs een samenspraakplan bevat.
    • Stel een programmamanager aan met mandaten (en een stok mee om te slaan).
    • Maak gebruik van de expertise op de afdeling Communicatie > stel bijvoorbeeld een expertiseteam op.

    Kortom: met alleen ‘zachte maatregelen kom je er niet. Op gezette momenten moet in een dergelijk verandertraject ook de stok gehanteerd worden.

    De top 8-tips om college/raad meer participatieproof te maken (willekeurige volgorde)
    • Zorg voor een ambassadeur in het MT en in het college.
    • Maak eens vaker de spreekwoordelijke fietstocht door de wijk.
    • Organiseer steeds nieuwe en leuke activiteiten, waarmee je ook anderen dan platformleden bereikt
    • Het Grote Hangjongerenzaalvoetbaltoernooi, De ‘Geen Kroketten Lunch’ et cetera.
    • Mobiliseer andere professionele partners om zich in te zetten voor WGW en interactie met inwoners.
    • Creëer een aparte (informele) raadscommissie WGW/participatie.
    • Laat college- en raadsleden een specifiek probleem in de wijk adopteren.
    • Sluit ‘harde’ contracten af met een wijk of buurt.

    Noot: hoe vaak wil het college en/of de raad vooral op WGW bezuinigen als er weinig weerstand wordt verwacht op dit beleid? Voor de gebiedsmanager, wijkcoördinator of programmamanager participatie kan dit heel frustrerend zijn. Maar geef de strijd niet op. Pak je momenten en zorg dat je tenminste 1 à 2 medestanders hebt, die een lans voor jou kunnen breken.

    Kort verslag

    WGW blijkt een prangend onderwerp te zijn en te blijven. Een onderwerp waar we met zijn allen mee worstelen. Kant-en-klare oplossingen zijn er niet. Iedere gemeente moet dan ook zijn eigen visie en werkwijze vinden.

    Misschien is de belangrijkste conclusie van de middag wel de gedachte dat WGW veel meer is dan werken met wijkplatforms, dorpsraden en andere stakeholders. “Zolang de interne organisatie zich onvoldoende realiseert dat WGW belangrijk is en zorgt voor beter beleid, kun je eigenlijk niet praten over WGW”, aldus een van de deelnemers.

    Een tweede conclusie van de sessie is dat je niet alleen veel aandacht moet besteden aan visies, afspraken en nota’s/verordeningen, maar dat je vanaf de start moet nadenken hoe je WGW laat beklijven. “WGW zal altijd een golfbeweging zijn, maar we moeten er wel voor zorgen de golven klein te houden.”

    Drie uur is natuurlijk te kort om alle vragen te beantwoorden. Maar deelnemers hebben wel contacten opgedaan om in klein comité door te praten.


    Dit waren de conclusies van de Praktijksessie Do’s & Don’ts WGW, juni 2016

    Op 1 juni kwamen 15 gemeenten bijeen om van gedachten te wisselen over de belangrijkste do’s & don’ts voor wijkgericht werken. Dit zijn ze: 

    Do’s
    • Accepteer niveauverschillen bij wijkplatform.
    • Bepaal de rol van een platform.
    • Laat ook de wijkplatforms een visie over WGW en burgerparticipatie schrijven.
    • Vind de juiste mensen, waarmee je in gesprek wil treden.
    • Bemoei je nadrukkelijk met de werving van leden > denk eens aan het benaderen van oud-raadsleden.
    • Geef platforms ondersteuning.
    • Laat burgers/platforms echt meedenken
    • Betrek burgers zeer vroeg in de beleidsvorming.
    • Vermijdt vervelende discussies over wie beslist: de gemeente of de burger.
    • Accepteer boze burgers/burgergroepen, je kunt het nl. nooit voor iedereen goed doen.
    • WGW is voor veel burgers abstract. Zij voelen vaak meer bij thema’s en buurten.
    • Soms werken klankbordgroepen over bepaalde thema’s beter dan wijkplatforms.
    • Praat vanuit de gemeente met één mond à zet geen achterdeuren open en laat burgers niet shoppen.
    • Geef wijkcoördinatoren, gebiedsmanagers etc. werkelijk bevoegdheden om zaken te doen.
    Don’ts
    • Wijkplatforms zijn niet zaligmakend.
    • WGW is meer dan werken met wijkplatforms.
    • Laat wijkplatforms niet overal over meedenken en meebeslissen
    • Gebruik geen grote woorden als ‘het wijkplatform is HET overlegorgaan van de wijk.
    • Schep geen hoge verwachtingen.
    • Hoewel platformleden vrijwilligers zijn, moet hun werkwijze gestuurd worden.
    • Participatieladders zijn vaak een wassen neus.
    • ‘Coproductie’ en ‘meebeslissen’ worden zelden ingezet als het onderwerp verder reikt dan de wipkip.
    • Probeer de platforms niet te uniformeren, de niveauverschillen zijn te groot.
    • Zet ambtenaren niet in bij de ondersteuning van platforms à zij komen vrijwel altijd in een spagaat
    • Gebruik voor een professionaliseringslag liever externen.
    • Wijs niet te snel naar het functioneren van een wijkplatform (bijv. representativiteit).
    • Kijk eerst in de eigen spiegel > hoe wijkgericht/klantgericht werk jezelf eigenlijk.
    • Denk niet dat een mening van een wijkplatform volstaat.
    • Denk continu na over aanvullende activiteiten met aanvullende doelgroepen.
    Kort verslag van de Praktijksessie

    De Praktijksessie trok circa 30 deelnemers uit maar liefst 15 gemeenten. WGW blijkt een prangend onderwerp te zijn en te blijven. Een onderwerp waar we met zijn allen mee worstelen. Kant-en-klare oplossingen zijn er niet. Iedere gemeente moet dan ook zijn eigen visie en werkwijze vinden.

    Niettemin blijken de do’s & don’ts ook heel herkenbaar. Misschien is de belangrijkste conclusie van de middag wel de gedachte dat WGW veel meer is dan werken met wijkplatforms en dorpsraden. “Dit is slechts een van de middelen om samen met de burger te werken aan beleidsontwikkeling en –uitvoering. Met als doel: beter beleid maken, beleid dat meer aansluit op de wensen en behoeften van de inwoners”, aldus een van de deelnemers.

    Een tweede conclusie van de sessie is dat niet alleen klankbordgroepen op verschillende niveaus functioneren, maar dat gemeenten eveneens in diverse stadia van WGW zitten. Zo heeft Emmen al jarenlange ervaring met WGW en goede relaties opgebouwd met burgergroepen, terwijl Veenendaal nog aan de vooravond staat van een dergelijk netwerk.

    De Praktijksessie duurde drie uur. te kort natuurlijk om alle vragen te beantwoorden. Maar deelnemers hebben wel contacten opgedaan om in klein comité door te praten.

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *